Censuur

  (laatst gewijzigd op 26 maart 2010)


Uit dagblad Trouw van 17 maart 2010: “De rooms-katholieke kerk in Nederland is begonnen aan een radicale opschoning van haar liederenbestand. Veel bekende en populaire kerkelijke gezangen die door verschillende dichters geschreven zijn vanaf begin jaren zestig, toen de Latijnse mis voor het eerst geleidelijk werd aangevuld met liturgische teksten in de volkstaal, moeten het daarbij ontgelden.” (Klik hier voor het volledige artikel en ruim 150 reacties - overigens werd het bericht ook in de Volkskrant en andere media gebracht).

De bisschoppelijke censoren van de bisdommen Den Bosch en Utrecht, respectievelijk pastoor Cor Mennen uit Oss en hulpbisschop mgr. Herman Woorts van het aartsbisdom Utrecht, hebben een lange lijst gezangen beoordeeld en er een aantal aangewezen die worden afgekeurd voor het gebruik in de liturgie. Het schijnt dat uitgeverij Gooi en Sticht al heeft besloten deze afgekeurde liederen niet op te nemen in de zondagse misboekjes; de abdij van Berne schijnt daarover nog geen besluit genomen te hebben.

Hoewel sommige persberichten doen vermoeden dat het alleen om liederen van Huub Oosterhuis gaat, is een van de gewraakte liederen, De eeuwen doorgegeven, een “nieuw Marialied" van mijn hand (uit Een kring van mensen, 1990). Toegegeven, niet mijn beste lied, maar toch graag gezongen in diverse kerkgemeenschappen Nederland en Vlaanderen. Het staat in de officiële Vlaamse liederenbundel Jubilate en op de daarbij horende CD, en het werd in december 2009 nog met overgave gezongen op de Belgische televisie in een viering onder leiding van niemand minder dan kardinaal Danneels.  Toch wel een goed gevoel, trouwens, om in één lijst te staan met Huub Oosterhuis en Ida Gerhard!

Inmiddels heeft mgr. Woorts laten weten waarom het lied De eeuwen doorgegeven op de lijst van verboden liederen terecht is gekomen:

  • "het wordt door ons als niet wenselijk geacht om Maria, de Moeder Gods, in de liturgie aan te spreken met jij/jou.
  • De zin "die niet wordt onderworpen aan macht van man en staat" achten wij niet gelukkig en alsook wenselijk in de liturgie.
  • Waar wij ook niet gelukkig mee zijn zijn de woorden "de tobbers die wij zijn".

 

Terugdraaien

Er is van alles te zeggen over een dergelijk verbod. Dat er vanuit de kerkleiding wordt meegedacht en meegesproken over de kwaliteit van kerkliederen, daar is natuurlijk niets op tegen. Maar je zou toch denken dat een rigoureus verbod langzamerhand uit de is. Wie dat denkt, heeft de ontwikkelingen in de katholieke kerk van de laatste tien jaar niet goed gevolgd. Op allerlei terreinen wordt de klok teruggedraaid en de bisschoppelijke discipline hersteld. Nu en dan komen er incidenten in het nieuws, zoals het weigeren van de communie aan homo’s, of het aan de kant zetten van (zelfs erkend behoudende) vrijwilligers. Maar het meeste gebeurt in stilte en achter de schermen.

Uit het bericht in Trouw blijkt wel wat voor soort argumenten een rol spelen. “Theologische en dogmatische zuiverheid’ is het algemene criterium voor goed- of afkeuring. Liederen van Huib Oosterhuis worden afgewezen omdat ze “enkel gericht zijn op gerechtigheid en niet op aanbidding” (alsof dat een tegenstelling is), omdat ze te vaag zijn of te horizontalistisch. Het lied Uit vuur en ijzer wordt gekarakteriseerd als een “chemicaliënlied waar niemand een touw aan vast kan knopen”. Een karikatuur die meer zegt over het gebrek aan literair inzicht van de censor dan van de kwaliteit van het lied. Je vraagt je af of hoe belangrijk een goede argumentatie voor de beide censoren nog is.

Inmiddels heeft de commotie in de pers en op het internet wel enig effect gehad, zo blijkt uit Trouw van 23 maart. Het bisdom Utrecht lijkt zijn eigen censor te passeren en ontkent dat er een zwarte lijst van gezangen is. Bisschop De Korte van Goningen lijkt al helemaal ongelukkig met de gang van zaken: hij vindt dat de kwestie niet door twee censoren behandeld moet worden, maar dat er een bisschoppelijke commissie ingesteld moet worden. Hopelijk wordt dat dan geen commissie van (alleen) bisschoppen en censoren, maar een commissie waarin ook lieddichters, kerkmusici en plaatselijke vrijwilligers vertegenwoordigd zijn. Wie weet, onder leiding van een erkende protestant á la Deetman!

(On)gehoorzaamheid

Je kunt natuurlijk je schouders ophalen, en de zuiveringsoperatie naast je neerleggen. Dat is wel vaker het geheime wapen van plaatselijke kerkgemeenschappen geweest als er weer eens missiven van de Maliebaan kwamen die afbreuk deden aan wat er is opgebouwd aan enthousiast vrijwilligerswerk, geloofsovertuiging en pastorale zorg in een parochie. Bisschop De Korte doet de plaatselijke kerken een goede suggestie voor parochiale ongehoorzaamheid: „Ook al staan de liederen niet meer in de misboekjes, parochies kunnen met inlegvellen werken, of een lied los uit de bundel zingen.” Als een plaatselijke gemeenschap onder aanvoering van een enthousiast zangkoor een bepaald lied wil zingen, wie houdt het tegen?

Helaas heeft de weerbaarheid van de plaatselijke gemeenschappen de laatste jaren veel schade opgelopen. De priesters en pastorale werkers die de liturgische vernieuwingen van de jaren zestig en daarna hebben gedragen en uitgebouwd, zijn langzamerhand met pensioen of overleden. De vele vrijwilligers die zich met hart en ziel voor die vernieuwingen hebben ingezet, die zich door studie en met inzet van veel vrije tijd hebben geschoold tot voorgangers in gebedsdiensten en woord- en communiediensten, ook zij worden ouderen en velen haken af, gedemotiveerd door het gebrek aan steun, ja zelfs door de openlijke afkeuring die hen ten deel valt. Veel jongere priesters delen de dogmatische visie op de liturgie van de bisschoppen en hun censoren en tonen zich gehoorzame uitvoerders van de bisschoppelijke beleidslijnen.

De dociliteit waarmee uitgeverij Gooi en Sticht de rode strepen van de censoren accepteert, is stuitend. Nou ja, zo’n uitgeverij moet natuurlijk commercieel denken. Nadat men decennia goed verdient heeft aan nieuwe en vernieuwende liturgische uitgaven, is het blijkbaar niet interessant om tegen de stroom in te roeien. Helaas zijn parochies erg afhankelijk van wat de wekelijkse boekjes van G&S bevatten. Overigens is al sinds jaren te merken dat men zich behoudender opstelt. Vernieuwende liederen zijn er in de boekjes al geruime tid niet meer te vinden. 

Discussie en waardering

Dat er verschil van mening is over de kwaliteit van liederen - teksten en muziek - is op vanzelfsprekend. Dat die discussie moeizaam verloopt, is al even begrijpelijk omdat er vanuit zoveel verschillende perspectieven wordt geargumenteerd. Waar traditie staat tegenover vernieuwing, dogma tegenover poëzie, leergezag tegenover creativiteit, en hiërachie tegenover een beweging van onderop, daar is overeenstemming moeilijk te bereiken. Wel is het goed om je aan andere meningen te spiegelen.

Wat me nog het meest tegenstaat is het gebrek aan waardering en vertrouwen dat de bisschoppen en hun (liturgische) staf tentoonspreiden. De website van censor Mennen spant wat dat betreeft de kroon. Als de afwijzing van bepaalde liederen gepaard moet gaan met minachtende kwalificaties als grabbelton en chemicaliënlied (een vondst die kan wedijveren met Wilders' kopvoddentaks), wordt het dieptepunt bereikt. Oké, laat er af en toe een lied gezongen worden dat kwaliteit mist, dat weinig diepgang heeft of op het theologische randje is. Wat geen kwaliteit heeft, valt heus vanzelf wel af.

Geestkracht

Er is (of was) een brede beweging van liturgische vernieuwing, waarin de discussie over die kwaliteit volop leefde. Koordirigenten, repertoirecommissies en liturgische werkgroepen, vaak geschoold via opleiding, kadercursussen en zelfstudie, rommelen heus niet zo maar een beetje aan. Ze weten heel goed waarom ze bepaalde liederen kiezen, en ze zijn daarover voortdurend met elkaar in discussie. Wat meer vertrouwen, een beetje meer geloof in de geestkracht van al die liturgisch betrokken mensen in Nederland, dat zou wonderen doen. Om het met de slotregels van het nu verboden Marialied te zeggen:

Ach mochten wij geloven
dat geestkracht, groot en klein,
de mensen uittilt boven
de tobbers die wij zijn.

Ach werd onze kerkgemeenschap maar bestuurd door mensen zulke geestkracht bezitten, die kunnen uitstijgen boven het getob over de dogmatische zuiverheid, die geraakt kunnen worden door de kracht van echte poëzie of teksten die minstens vanuit authentiek geloof en vanuit idealisme voor de plaatselijke liturgie zijn geschreven. Nihil obstat tegen zo’n houding!