Basisbeurs

 


 

Moet de bakker betalen voor de studie van de zoon van de advocaat? Met deze suggestieve retorische vraag probeerde een deelnemer aan het VARA Lagerhuisdebat op 19 mei kracht bij te zetten aan de stelling dat de basisbeurs voor studenten afgeschaft moet worden. Je kunt het ook anders bekijken. In het huidige stelsel betaalt de advocaat voor de studie van de dochter van de bakker. En hij betaalt bovendien meer belasting dan de bakker, terwijl de kans groot is dat de dochter van de bakker niet zou gaan studeren als er geen basisbeurs was, terwijl de zoon van de advocaat zijn weg naar de universiteit toch wel zal vinden.

Zelf kom ik uit een milieu waarin studeren niet gewoon was en waarin lenen taboe was omdat je nooit weet of je het kan terugbetalen. Thuis moest, zoals dat toen heette, elk dubbeltje tweemaal worden omgedraaid voordat je het durfde uit te geven. Dat lenen ook betalen betekent, hoefde je mijn ouders niet uit te leggen, zelfs niet met televisiespotjes (ze hadden trouwens in die tijd geen televisie, dat kon er niet af).

Het was me gegeven dat ik goed kon leren en het advies van de school was dat ik naar het gymnasium moest. Nooit zal ik de opluchting van mijn vader vergeten toen hij ontdekte dat er zoiets was als een studiebeurs, waardoor hij dat advies ook kon opvolgen. Dankzij die studiebeurs kon ik studeren en een academische carrière opbouwen.

Dat ik professor werd, hebben mijn ouders niet meer mogen meemaken. Ik begrijp de argumenten om de basisbeurs ter discussie te stellen. Maar het kan ook anders. Bijvoorbeeld met een inkomensafhandelijke basisbeurs. Dan kunnen de zoon van de advocaat en de dochter van de bakker samen naar de universiteit.


Bovenstaande brief verscheen op de opiniepagina van de Volkskrant van  22 mei. De Volkskrant heeft echter de eerste regels geschrapt, waardoor de opening wat wazig is geworden.